2020-04-07

Belazeren

platte spreektaal voor ‘beetnemen, bedriegen, bedotten’. De kluit belazerenis ‘de zaak voor de gek houden; alles en iedereen er tussen nemen’. Zich belazerd voelenbet. ‘zich bedrogen of verdrietig voelen’. Belazerdheeft verder ook nog de bet. ‘niet goed wijs; gek’: ‘Ben je nou helemaal een haartje belazerd, zei haar vader’ (Maarten ’t Hart: De steile helling,1988). De letterlijke bet. is eigenlijk ‘besmet met de lazarusziekte, de melaatsheid’. Hierin zou dan de naam Lazarus uit Lucas 16:20 schui...

2020-04-07

belazeren

belazeren - Werkwoord 1. (ov) (pejoratief) iemand met bedrog benadelen Ze hadden hem zwaar belazerd. Woordherkomst afgeleid van lazeren met het voorvoegsel be- Synoniemen bedonderen

2020-04-07

belazeren

belazeren - regelmatig werkwoord uitspraak: be-la-ze-ren 1. niet eerlijk zijn ♢ hij heeft me belazerd met dat verhaal Regelmatig werkwoord: be-la-ze-ren ik belazer jij/u belazert hij/zij belazert wij/zij/jullie belazeren ik/jij/u/hij/zij belazerd...

2020-04-07

Belazeren

BELAZEREN, (belazerde, heeft belazerd, meestal in de onbep. wijs), (plat) ik laat me niet belazeren. beetnemen, bedriegen, bedotten.