2019-11-18

Beek

Dorp, ontstaan bij de Keutelbeek aan de rand van het plateau van Schimmert. Beek wordt voor het eerste vermeld in 1145 als Becca. In 1661 werd Beek Staats. Het dorp heeft een lineaire structuur met een dries. De oude dorpskerk bouwde men op de dries. Rond 1800 vormden de Burg. Janssenstraat, de Molenstraat en een gedeelte van de Raadhuisstraat de dorpskern. In 1843 werd de parallel aan de Burg. Janssenstraat lopende rijksweg Sittard-Maastricht verhard (Maastrichterlaan-Prins Mauritslaan). Vanaf...

2019-11-18

beek

beek - zelfstandig naamwoord 1. smal en ondiep riviertje ♢ we wasten onze voeten in de beek Zelfstandig naamwoord: beek de beek de beken het beekje

2019-11-18

Beek

De bewoners van Beek spreken teder over de 'kabouterboom'. Gekke naam. Want de kabouterboom is een reus. Een dikke reus. Het is zelfs de dikste boom van Nederland. De tamme kastanje (in tuinmanslatijn: Castanea sativa) heeft een stamomtrek van 850 centimeter. De ouderdom wordt geschat op 400 tot 600 jaar. De 25 meter hoge boom staat in het Kastanjedal in de Heerlijkheid Beek. Dit natuurgebied ligt op een steile heuvelrug, die op sommige plaatsen oprijst tot 85 meter boven NAP. Er zijn prachtige...

2019-11-18

beek

beek - Zelfstandignaamwoord 1. een kleine, ondiepe waterloop De Doorbraak is een nieuwe kunstmatige beek bij Almelo.

2019-11-18

Beek

BEEK, v. (beken), smal stroomend water dat nog overal doorwaadbaar is: door de samenvloeiing van eenige beken ontstaan de rivieren; — regenbeken stroomen slechts in het natte jaargetijde, anders zijn het holle wegen; — stort- en stuifbeken voeren meestal gletscherwater af en vallen soms van loodrechte rotswanden van eenige honderden meters hoogte. Beekje, o. (-s). !

2019-11-18

Beek

Mogelijk een verkorting, en vleivorm daarvan, van Bert-namen (zie -brecht-); vergelijk de oude vermelding Beke = Bertke.

2019-11-18

beek

beek - Wordt gebruikt voor kleine stromen, gewoonlijk kleiner dan kreken.