Wat is de betekenis van BACCHANT?

2024-06-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-20
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Bacchant

[Lat. bacchans] 1 Bacchuspriester, deelnemer aan de Bacchusdienst; 2 dronken en losbandige man.

2024-06-20
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Bacchant

Bacchuspriester; drinker

2024-06-20
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

bacchant

uitgelate man.

2024-06-20
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

Bacchant

Bacchant(e).

2024-06-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Bacchant

m. (-en), 1. Bacchuspriester; voorstelling daarvan ; 2. (w. g.) wijnzuiper.

2024-06-20
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

bacchant

v. Lat. bacchari = het Bacchusfeest vieren, 1. m. bacchanten (Bacchuspriester, deelnemer aan de Bacchusdienst; wijnzuiper); 2. bacchante, v. bacchanten (opgewonden, in geestvervoering zijnde priesteres van Bacchus; schaamteloze, dronken vrouw).

2024-06-20
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Bacchant

(ba'chant) m. (-en) 1. Eig. Bacchuspriester. 2. Metf. wijnzuiper.

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-20
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Bacchant

m. (-en), 1. Bacchuspriester; 2. woeste zwelger, uitbundige pleziermaker.