Wat is de betekenis van attent?

2018
2021-09-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

attent

attent - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: at-tent 1. als je goed oplet ♢ hij maakte ons attent op het mooie uitzicht 2. met zorg en aandacht voor anderen ♢ het was erg attent van hem om naar mij...

Lees verder
1993
2021-09-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Attent

oplettend; voorkomend

1973
2021-09-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Attent

[Lat. attentus, opmerkzaam], bn. en bw. (-er, -st), 1. oplettend: wees wat meer op kleinigheden; iemand op iets attent maken, zijn aandacht erop vestigen; bw.: hij heeft dat werk gelezen, met veel aandacht; 2. oplettend voor anderen, voorkomend, hoffelijk: hij is altijd heel attent voor zijn vrouw.

Lees verder
1955
2021-09-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Attent

opmerkzaam; oplettend

1952
2021-09-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Attent

adj. & adv., attint; iem. ergens opmaken, immen earne yndachtich op meitsje.

1950
2021-09-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Attent

(<Fr.), bn. en bw. (w. g. -er, -st), 1. oplettend: wees wat meer attent in kleinigheden; — iemand op iets attent maken, zijn aandacht er op vestigen; — bw. r hij heeft dat iverk attent gelezen, met veel aandacht; — oplettend voor anderen, voorkomend, hoffelijk: hij is altijd heel attent voor zijn vrouw....

Lees verder
1948
2021-09-17
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

attent

oplettend, opmerkzaam, erop uit om kleine diensten te bewijzen.

1898
2021-09-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ATTENT

bn. en bw. (w. g. -er, -st), oplettend: wees wat meer attent in kleinigheden; — bw. iemand op iets attent maken. zijne aandacht erop vestigen; — oplettend, aardig voor anderen de eerste weken is men altijd heel attent voor zijne vrouw; — hij heeft dat werk attent gelezen.

Lees verder
1864
2021-09-17
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

attent

attent - bn. (attenter, attentst), oplettend, aandachtig, opmerkzaam