Wat is de betekenis van armoede?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

armoede

armoede - Zelfstandignaamwoord 1. (economie) de toestand waarin iemand leeft die zeer weinig middelen voor zijn levensonderhoud heeft De armoede van het gezin was schrijnend nadat beide ouders hun werk verloren. Armoede is een relatief begrip, de arme van...

Lees verder
2018
2021-05-16
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

Armoede

Een huishouden beschikt over onvoldoende middelen om een bepaald minimaal consumptieniveau te kunnen bereiken. Toelichting Voor de afbakening van armoede gebruikt het CBS de lage-inkomensgrens. Naast het inkomen worden aanvullende indicatoren gebruikt om de kans op armoede te beschrijven. Het betreft de verblijfsduur onder de inkomensgrens, de verm...

Lees verder
2018
2021-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

armoede

armoede - zelfstandig naamwoord uitspraak: ar-moe-de 1. onvoldoende geld hebben om van te leven ♢ veel bijstandsmoeders leven in armoede 1. het is armoe troef [ze zijn erg arm] ...

Lees verder
1990
2021-05-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

armoede

armoede - Het beschikken over een geringe mate van welvaart of materiële bezittingen.

1980
2021-05-16
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Armoede

Dat armoede is afgeleid van arm: weinig bezittend, behoeftig, is duidelijk. Maar het woord heeft een paar eigenaardige bijbetekenissen. Daar is in de eerste plaats het verkleinwoord armoedje, dat niet betekent: gebrek, maar: klein bezit. Men zegt: van zijn armoedje geeft hij toch nog aan anderen. Dan is er de betekenis: narigheid, in zinnen als: na...

Lees verder
1955
2021-05-16
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ARMOEDE

is het missen van de eerste levensbehoeften. Jesus’ woord: „de armen hebt gij altijd bij u” (Jo. 26 : 11), is in alle tijden bewaarheid ook al is in de moderne tijd door verhoging der productie en vooral door sociale voorzieningen veel armoede verdwenen - en het zal altijd waar blijven, omdat geen enkele samenleving alle risico&rs...

Lees verder
1952
2021-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Armoede

s., earmoed, gebrek (it); - lijden, omheukerje, -heukelje, mei de teannen yn ’e jiske sitte; vanontkomen, forear(re)moedzje.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Armoede

armoe en (gew.) armoei, v., 1. de toestand waarin iem. verkeert die arm is, die bijna niets heeft om van te leven: de armoede der bevolking; gebrek en armoede ; dagen van armoede ; — ’t is daar armoe troef, er heerst altijd grote armoede; — armoede zoekt list, wie arm is neemt vaak...

Lees verder
1939
2021-05-16
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Armoede

Toestand om de hemel te verwerven, edoch niet gewild.

1933
2021-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Armoede

Armoede - is het ontbreken van hetgeen noodzakelijk, althans van eerste beteekenis is voor het levensonderhoud. Armoede kan met of zonder schuld veroorzaakt zijn. Sociale misstanden, onrechtvaardige of ontoereikende loonen, vooral in groote gezinnen, geestelijke of lichamelijke ongeschiktheid om te werken, kunnen tot a. brengen: ook verkwisting, dr...

Lees verder
1919
2021-05-16
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Armoede

ook in 't mnl. in dezen vorm; een z.nw. gevormd van een van arm afgeleid b.nw. dat in ’t gotisch armoths zou luiden, en gevormd zou zijn van een ww. armon = arm zijn. Ook veel gebruikt als verkleinwoord: „van zijn armoedje geeft hij toch nog aan anderen”, waar het dan eigenlijk niet gebrek, maar klein, gering bezit beteekent....

Lees verder
1916
2021-05-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Armoede

Armoede - het gebrek aan het noodige levensonderhoud, kan worden beschouwd òf als persoonlijk geval, òf als maatschappelijk verschijnsel. In het 1e geval wordt zij door particuliere of gemeenschappelijke — hetzij kerkelijke of niet-kerkelijke, in elk geval vrijwillige — liefdadigheid gelenigd, in het 2e is de georganiseerde maatschappij verplicht h...

Lees verder
1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARMOEDE

ARMOE en (gew.) ARMOEI, v. de toestand waarin hij verkeert, die arm is, die bijna niets heeft om van te loven de armoede der bevolking in friesland neemt voortdurend toe; gebrek en armoede; — ‘t is daar armoede troef, daar heerscht groote armoede; — armoede zoekt list, hij die arm is, neemt vaak zijne toevlucht tot list; —...

Lees verder
1870
2021-05-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Armoede

Het is niet gemakkelijk om eene juiste omschrijving te geven van het begrip “armoede,” en wel voornamelijk, omdat de zaak zelve, die door dat woord wordt aangeduid, eene zoo onderscheidene beteekenis heeft bij hen, die over dat onderwerp spreken of schrijven. Heeft men een enkel persoon, een individu, op het oog, dan bedoelt men meestal, en te regt...

Lees verder