Wat is de betekenis van argumenteren?

2019
2021-02-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

argumenteren

argumenteren - Werkwoord 1. (inerg) met argumenten tot een conclusie trachten te komen Woordherkomst afgeleid van het Franse argumenter (met het achtervoegsel -eren)

Lees verder
2018
2021-02-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

argumenteren

argumenteren - regelmatig werkwoord uitspraak: ar-gu-men-te-ren 1. redenen opsommen om gelijk te krijgen ♢ er werd in de vergadering goed geargumenteerd Regelmatig werkwoord: ar-gu-men-te-ren ik argumenteer ...

Lees verder
1993
2021-02-27
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Argumenteren

redetwisten; bewijsgronden aanvoeren; betogen

1950
2021-02-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Argumenteren

(argumenteerde, heeft geargumenteerd), bewijsgronden aanvoeren (tegen iem. of iets); met argumenten staven.