Wat is de betekenis van argeloos?

2019
2021-09-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

argeloos

argeloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder zich van mogelijk gevaar bewust te zijn, naïef, onschuldig De argeloze klant liet zich een veel te duur abonnement aansmeren. Woordherkomst afgeleid van arg (het kwade) met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e- Verwante begrip...

Lees verder
2018
2021-09-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

argeloos

argeloos - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ar-ge-loos 1. wie niets kwaads verwacht of bedoelt ♢ argeloos stelde Peter voor om naar buiten te gaan Bijvoeglijk naamwoord: ar-ge-loos ... is argelozer dan ... ...

Lees verder
1973
2021-09-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Argeloos

bn. en bw. (-lozer, -t), onschuldig; aan geen kwaad denkend, niets kwaads vermoedend: een argeloos meisje; een argeloos dier, niet denkend aan het gevaar dat het bedreigt; ook van hoedanigheden, gezindheden, handelingen enz. gezegd, waarbij men te kennen wil geven dat de persoon aan wie zij worden toegekend aan geen kwaad denkt: de argeloze en vro...

Lees verder
1952
2021-09-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Argeloos

adj. & adv., erchleas, sûnder euvelmoed, ienfâldich, ûnskuldich, jobberich, jollich; — mens, jobbe; —zijn, gjin euvelmoed hawwe.

1950
2021-09-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Argeloos

bn. en bw. (...lozer, -t), (ook ARGLOOS), onschuldig; aan geen kwaad denkende, niets kwaads vermoedende : een argeloos meisje ; een argeloos dier, niet denkende aan het gevaar dat het bedreigt; — een argeloos hart, gemoed ; een argloos oog ; — ook van hoedanigheden, gezindheden, handelingen enz. gezegd, bij welke me...

Lees verder
1898
2021-09-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARGELOOS

bn. en bw. (...loozer, ...loost), (ook ARGLOOS), onschuldig; aan geen kwaad denkende niets kwaads vermoedende een argeloos meisje; een argloos dier, niet denkende aan het gevaar dat het bedreigt; — hij had haar argloos lief en toch heeft ze hem slecht behandeld; onnoozle doch ook ik moest eens zoo argloos dwalen; een argeloos hart, gemoed; ee...

Lees verder