Wat is de betekenis van acuut?

2020
2021-01-19
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

acuut

Het begrip acuut heeft 4 verschillende betekenissen: 1) niet chronisch. plotseling optredend, vaak met hevige verschijnselen, maar van tijdelijke aard; niet chronisch. 2) onmiddellijk medisch ingrijpen vereisend. onmiddellijk medisch ingrijpen vereisend; dringend; spoed vereisend; spoedeisend. 3) plotseling optredend. plotsel...

Lees verder
2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

acuut

acuut - Bijvoeglijk naamwoord 1. plots ontstaan, op korte termijn verlopend, meestal ook spoedeisend ingrijpen vereisend Gelukkig werd de man met een acute blindedarmontsteking snel geholpen, want hij verging van de pijn. 2. direct Je moet acuut deze brie...

Lees verder
2018
2021-01-19
Arbeidsgeneeskunde

Arbeidsgeneeskunde

Acuut

Acuut gebruikt in verband met effecten: onmiddellijk, met plotselinge aanvang of van korte duur i.v.M. blootstelling. Veelal een enkele dosis of een kortstondige blootstelling

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

acuut

acuut - bijwoord uitspraak: a-cuut 1. zonder te wachten ♢ ik heb acuut ingegrepen Bijwoord: a-cuut Synoniemen dadelijk, direct, gelijk, meteen, ogenblikkelijk, onmiddellijk, onverwijld, terstond Tegenstellingen aanstonds, d...

Lees verder
2010
2021-01-19
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

acuut

Direct, meteen, plotseling beginnend (aa-KUUT). Wanneer een ziekte of pijn niet langzaam sluipend, maar opeens komt opzetten en snel erger wordt, noemt de dokter dat ‘acuut’. Een acute ziekte kan na een paar dagen of weken voorbij zijn. Van een acute blindedarmontsteking ben je binnen een paar uur zo ziek, dat je meteen naar het ziekenhuis moet. B...

Lees verder
1993
2021-01-19
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Acuut

plotseling opkomend; dringend

1981
2021-01-19
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Acuut

(scherp): betekent in de geneeskunde het zich plotseling voordoen en snel verlopen van een meestal met koorts gepaard gaande ziekte (in tegenstelling tot chronisch).

1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

acuut

acuut' [zie Lat. acutus, scherp], bn. en bw. (acuter, -st), 1. aanduiding van een ziekte met een kort (hoogstens zes weken) maar heftig verloop en als regel een volledig herstel; 2. van kwesties: dringend om afdoening of oplossing vragend; op een bepaald ogenblik in scherpe vorm optredend: — gevaar; dat is niet —.

1954
2021-01-19
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Acuut

Lat. acutus, een kort en hevig beloop hebbend, in tegenstelling tot chronisch; bijv. voor de meeste ontstekingen en infectieziekten.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Acuut

(<Lat.), bn. bw. (acuter, -st), eig. scherp, spits; (fig.) 1. (geneesk.) acute ziekten, plotseling opkomend, met een snel verloop en hevige verschijnselen; 2. van kwesties: dringend, om een onmiddellijke oplossing vragend; op een bep. ogenblik in scherpe vorm optredend : acuut gevaar.

Lees verder
1948
2021-01-19
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

acuut

scherp; hevig (v. ziekte); acute ziekte. v. snelverlopende ziekte.

Lees verder
1923
2021-01-19
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Acuut

(acutus, scherp), snel (beloop) of plotseling (begin) ener ziekte. Acutebuik, plotselinge levensgevaarlijke ziekte der buikorganen.

1914
2021-01-19
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

acuut

acuut - scherp, puntig, stekend;„acute ziekte”, hevige ziekte, met snel verloop.

1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Acuut

ACUUT, bn. (acuter, -st), scherp, spits, snijdend; — (geneesk.) acute ziekten, ziekten met een snel verloop, gaan meestal gepaard met hevige verschijnselen en zware koortsen.

Lees verder
1864
2021-01-19
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

acuut

acuut - bn. (acuter, acuutst), scherp, spits, snijdend; (gen.) kort van duur, snel verloopend