Wat is de betekenis van achterschip?

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

achterschip

achterschip - Zelfstandignaamwoord 1. het achterste deel van een schip Van de wal af lijken de verschillen met een binnenvaartschip dat er naast ligt niet erg groot. Het meest opvallend zijn de twee grote gastanks op het achterschip. Die worden straks gevuld met vloeibaar aardgas van minus 164 graden...

2024-02-25
Watersport A-Z

Kramer en de Bruin (1971)

Achterschip

Achterschip - deel van een schip achter het grootspant of achter de grote mast. → Achtersteven.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Achterschip

o. (...schepen), 1. het achterste van twee of meer elkaar volgende schepen; — (fig.) in het achterschip geraken, zijn, achteruitgaan in zijn zaken, in benarde omstandigheden zijn; 2. het gedeelte van een schip achter de laatste —, (bij uitbr.) achter de grote mast.

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

achterschip

o. -schepen; het achterste deel v. e. schip: zegsw. in het achterschip raken, achteruitgaan in zaken; in het achterschip zijn, in benarde omstandigheden verkeren.

Wil je toegang tot alle 7 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

achterschip

achterschip - ach'terschip, o. (-schepen), 1. het achterste van twee of meer elkaar volgende schepen; (fig.) in het — geraken, zijn, achteruitgaan in zijn zaken, in benarde omstandigheden zijn; 2. achterste deel van de scheepsromp waaraan het roer is opgehangen.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Achterschip

ACHTERSCHIP, o. (...schepen), het achterste van twee of meer schepen; — (fig.) in het achterschip geraken, achteruitgaan in zijne zaken; — in het achterschip zijn, in benarde omstandigheden; — het gedeelte van een schip, achter den laatsten mast; (bij uitbr.) achter den grooten mast.

2024-02-25
Zeemans woordenboek

Jacob van Lennep (1865)

Achterschip

z.n.o. - Dat deel van het schip, ’t welk van den bezaansmast af tot aan het einde toe naar achteren staat. Zie schip.