Wat is de betekenis van aanwendbaar?

2019
2021-03-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanwendbaar

aanwendbaar - Bijvoeglijk naamwoord 1. bruikbaar, te gebruiken De kunst moest, schreef hij al op jeugdige leeftijd, 'logisch aanwendbaar' worden: “De constante produktie van schilderijen en tekeningen als onlogische wandversieringen loopt toch spaak, dat kan niet anders, en de nieuwe weg van the app...

Lees verder
1950
2021-03-02
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanwendbaar

bn., (w. g.) geschikt om aangewend te worden.

1898
2021-03-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanwendbaar

Aanwendbaar - bn. (dicht.) geschikt om aangewend te worden.