2019-10-14

aannemen

Aannemen - (nam aan, heeft aangenomen), iets, dat aangereikt wordt uit handen van een ander overnemen; - aannemen! toeroep tot en antwoord van den bediende in een koffiehuis, wanneer men iets wenscht te bestellen; (bij het hooren van scherpe, hatelijke woorden door een derde gebezigd), dien kunt ge in den zak steken; overnemen: eene boodschap aannemen; in zich opnemen: iets aannemen van hem, met wien men omgaat, (eigenaardigheden, manieren); aanleeren: die jongen...

2019-10-14

aannemen

Van een invite: erop ingaan door de manche of het slem waarvoor geïnviteerd is, te bieden. Zie ook: afwijzen

2019-10-14

aannemen

aannemen - Werkwoord 1. overnemen 2. (ov) geloven Hij nam dat zonder meer aan. 3. (ov) goedkeuren Het voorstel is gisteren aangenomen door de raad. 4. adopteren Het kinderloze gezin had 2 kinderen aangenomen. 5. een werk op de gestelde voorwaarden op zich nemen De aannemer neemt werk aan vo...

2019-10-14

aannemen

aannemen - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-ne-men 1. oppakken en luisteren ♢ wie neemt de telefoon aan? 2. ergens naar luisteren om het door te geven ♢ wij zullen de boodschap wel aannemen 3. in je handen nemen en vasthouden ♢ hij wilde het snoepje niet aannemen

2019-10-14

aannemen

aan'nemen (nam aan, heeft aangenomen), 1. iets dat aangereikt wordt uit handen van een ander overnemen: een boodschap —; de telefoon —, als er opgebeld wordt de hoorn opnemen en luisteren (en de boodschap overbrengen). 2. het aangebodene of gegevene graag ontvangen, niet weigeren, niet afslaan, er genoegen mee nemen, ter harte nemen: geld, een aanbod, verzekering, verzoek, verontschuldiging, uitnodiging, uitdaging, raad enz. (recht.) een schenking —, bij schriftelijke akte aanvaarden; een...

2019-10-14

Aannemen

Aannemen - zie accepteeren.

2019-10-14

Aannemen

zie Aanvaarden.

2019-10-14

aannemen

Procedure waarbij partijen overeenkomen bepaalde, vooraf vastgestelde werkzaamheden of leveringen te verrichten tegen eveneens vooraf voorgestelde voorwaarden en prijs. Sedert XIV.

2019-10-14

aannemen

('a:n) (nam aan. heeft aangenomen) 1. uit iemands handen overnemen : een pak -; -.' toeroep tot de kelner in een koffiehuis : -! (die kan je in de zak steken), toeroep tot iemand die wat scherps te horen krijgt. zie: genade, geschenk. 2. vrijwillig tot zich nemen : iemand in genade, gunst -; een geschenk -. Syn. krijgen, ontvangen, overnemen. Tgst. zie: aanbieden. 3. in dienst nemen : werkvolk -. 4. als lid opnemen : in een kerkgenootschap -; worden er nog leerlingen (voor de school...

2019-10-14

aannemen

nam —, h. -genomen (1 iets overnemen uit de handen van een ander; 2 gaarne ontvangen; 3 met meerderheid van stemmen goedkeuren; 4 erkennen als; beschouwen als het beste; 5 geloven; 6 zich verbinden enig werk tegen een bepaalde som en bepaalde voorwaarden te volbrengen; 7 in een vereniging inz. in een [Protestants] kerkgenootschap opnemen; 8 adopteren): 1 neem dat bord eens -; 2 geld -, goede raad -; yero. ja kinderheilige, nog neemt mijn hart u aan, is mij lief en welkom; 3 een voorstel,...