Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 29-10-2020

vaar

betekenis & definitie

angst; vrees; schrik.

angst; vrees; schrik.
Het woord is sinds de zeventiende eeuw niet meer in gebruik, maar is in België wel bewaard gebleven in een aantal vaste verbindingen met daarin de combinatie "vaar noch vrees" of "vaar of vrees".