jas betekenis & definitie

Het begrip jas heeft 12 verschillende betekenissen:

1) een jas die door stof en constructie reageert op de omgeving en op de lichaamsfuncties van de drager en die temperatuur en vochtigheid in de gaten houdt en verluchtingsporiën opent of sluit
2) inmiddels uit de mode geraakt type jas dat vooral in de jaren '70 populair was en vaak gemaakt is van rijkelijk bestikt suède met franjes, vooral van schapenvacht
3) het is veel minder koud (dan bv. de vorige dag)
4) dat maakt een behoorlijk verschil
5) een jas van een witte stof, die o.a. door artsen, apothekers, laboranten en slagers wordt gedragen
6) iemand die beroepshalve een witte jas draagt of die traditioneel zo wordt voorgesteld, m.n. een arts of een apotheker
7) bovenkledingstuk dat o.a. als huiskleding of bedrijfskleding wordt gedragen
8) als tweede lid in samenstellingen die een persoon aanduiden
9) volkomen geschikt zijn, helemaal aan zijn doel beantwoorden
10) kledingstuk met mouwen en een voorsluiting, dat vanaf de schouders tot onder het middel valt en vaak ongeveer tot aan of onder de knieën reikt, en dat over de bovenkleding buiten wordt gedragen ter bescherming tegen kou of neerslag
11) colbertjas
12) iets in een nieuwe vorm gieten