hypotheek betekenis & definitie

Het begrip hypotheek heeft 12 verschillende betekenissen:

1) recht dat inhoudt dat een bank of andere geldgever een huis of ander registergoed mag verkopen als de eigenaar de lening die ten grondslag ligt aan het recht van hypotheek niet kan terugbetalen
2) hypotheek waarbij men jaarlijks hetzelfde bedrag aan rente plus aflossing betaalt gedurende de gehele looptijd van de hypotheek, waardoor men in het begin veel rente en weinig aflossing betaalt en aan het einde veel aflossing en weinig rente; annuïteitenhypotheek
3) hypotheek waarbij maandelijks zowel een vast deel van de hypotheeksom als de rente over deze hypotheeksom wordt afgelost, waardoor gedurende de looptijd van de hypotheek de hoeveelheid te betalen rente in dit maandelijkse bedrag afneemt doordat de hypotheeksom steeds iets lager wordt; hypotheek waarvan de lasten gedurende de looptijd lager worden doordat de te betalen rente vermindert
4) hypotheek die niet in strijd is met de voorschriften van de islam; hypotheek voor islamieten waarbij geen rente wordt betaald maar een vorm van winstopslag; hypotheek zonder rente voor moslims; halalhypotheek
5) tweede hypotheek op basis van de overwaarde van een woning; meerwaardehypotheek; overwaardehypotheek
6) lening met onroerend goed, vooral een woonhuis, als onderpand
7) hypotheek die wordt afgesloten op de overwaarde van iemands huis, met de bedoeling om consumptief inkomen voor de huiseigenaar beschikbaar te maken door middel van leningen met het huis als onderpand, meestal bij ouderen die hun huis al hebben afgelost en een aanvullend pensioen nodig hebben; seniorenhypotheek
8) combinatie van een aflossingsvrije hypotheek met een kapitaalverzekering
9) grote druk; zware last
10) hypotheek waarbij belegd wordt in duurzame beleggingsfondsen
11) hypotheek met gunstige voorwaarden voor kopers van een milieuvriendelijke woning
12) hypotheek waarop gedurende de looptijd niet wordt afgelost, maar alleen rente wordt betaald

Gepubliceerd op 30-05-2017