Wat is de betekenis van onroerend goed?

2019
2021-09-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onroerend goed

onroerend goed - Zelfstandignaamwoord 1. vastgoed, de grond en de gebouwen (opstal) op deze grond, zaken die niet eenvoudig verplaatst kunnen worden. Het onroerend goed werd tegen te hoge prijzen verkocht. Woordherkomst Samenstelling van onroerend en goed Synoniemen onroe...

Lees verder
2003
2021-09-17
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

onroerend goed

onroerend goed - De gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

1990
2021-09-17
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

onroerend goed

onroerend goed - Eigendom dat bestaat uit eigen grond of bepaalde rechten op eigen grond.

1973
2021-09-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onroerend goed

in het algemeen een zaak die zonder verlies van zelfstandigheid niet verplaatst kan worden. Zaken zijn onroerend uit hun aard, door bestemming en door wetsbepaling. Uit hun aard zijn onroerend gronderven en wat daar geologisch mee samenhangt, voorts hetgeen op die grond is gebouwd en hetgeen daarvan bestanddeel is of bijzaak en tenslotte hetgeen in...

Lees verder
1954
2021-09-17
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Onroerend goed

mocht niet worden overgedragen aan geestelijke personen; voorschrift van de Westerwarfsconstitutie van 1420, tegen de aanwas van de kloosterlanderijen.

1933
2021-09-17
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Onroerend goed

grond met gebouwen en opstallen en alles wat daarop of daarin aard- of nagelvast is.

1933
2021-09-17
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Onroerend goed

➝ Goed.

1916
2021-09-17
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Onroerend goed

Onroerend goed - De wet onderscheidt roerende en onroerende zaken (art. 560 B. W.). Onroerende zaken zijn : — 1) gronderven en hetgeen daarop gebouwd is ; — 2) vaste molens ; — 3) boomen en veldgewassen, die met hun wortels in den grond vast zijn, onafgeplukte boomvruchten en delfstoffen als steenkolen, veen en dergelijke, zoolang deze nog niet v...

Lees verder