baasje betekenis & definitie

Het begrip baasje heeft 8 verschillende betekenissen:

1) baasspeler; pedant mannetje dat graag de baas is
2) eigenaar van een huisdier in het algemeen; iemand die een ander huisdier dan een hond heeft en daarvoor zorgt, vaak een kat maar ook bijvoorbeeld een knaagdier of een vogel
3) man
4) iemand die een hond heeft en daarvoor zorgt; baas van een hond; eigenaar van een hond; hondeneigenaar; hondenbezitter
5) auto; motorvoertuig met vier wielen dat op brandstof rijdt en gebruikt wordt om personen mee te vervoeren
6) baas; chef; ook: directeur van een kleine onderneming
7) eigenaar van een niet-levend object dat op een dier lijkt, bijvoorbeeld een knuffelbeest of een bewegend object
8) kleine jongen; jongetje; ventje; jochie

Gepubliceerd op 30-05-2017