Snuistergeld betekenis & definitie

Snuistergeld betekent kleingeld of zakgeld. Het is het oud-Hollandse woord voor fooi.

Snuistergeld heeft het woord ‘snuister’ in zich, dat kleingoed, kleingeld of grut betekent. Ook het woord ‘snuisterij’ is er van afgeleid, dat een aantal verschillende betekenissen heeft. Zo kan het staan voor snoepgoed/snoeperij, kleine aangelegenheid of futiliteit (kleinigheid), of een klein sieraad of handelsartikel dat vooral esthetische waarde heeft, iets dat iemand bezit omdat het leuk is ‘voor de heb’. Deze laatste betekenis komt bijvoorbeeld naar voren in de zin: "Zij had onder haar beheer alle kleine snuisterijen van beursjes, horlogebandjes, enz."
De betekenis van ‘snuister’ of ‘snuisterij’ zit hem dus echt in het ‘kleine’ goed.

Het woord snuistergeld werd waarschijnlijk sinds eind 19e eeuw gebruikt. Hieronder volgen een paar voorbeeldzinnen waar de betekenis van snuistergeld naar voren komt:

- "Ik liet een briefken van honderd wisselen, en ‘k kreeg allemaal snuister terug."
- "Door zijn schulden, had hij niets anders dan snuistergeld."