Cruquius betekenis & definitie

De grootste en meest gecompliceerde eencilinder stoommachine ter wereld staat te glimmen van trots in het stoomgemaal Cruquius. De koperen gigant heeft een diameter van maar liefst 3,65 meter. Met één slag wordt 61.096 liter water verplaatst.

Cruquius vormt een hoogtepunt uit het stoomtijdperk. Het is een van de drie stoomgemalen die tussen 1848 en 1852 het Haarlemmermeer leeg slurpten. Het was het eerste grote wateroppervlak dat met behulp van stoomkracht werd drooggelegd. Reden om dit industriële monument op de Monumenten Top 100 te plaatsen.

Het hoofdgebouw van het gemaal lijkt een beetje op een middeleeuws kasteel. Ook de ijzeren hefbomen van de waterpompen geven het neogotische gebouw een heel bijzonder uiterlijk. Cruquius deed dienst tot 1933 en is tegenwoordig ingericht als museum. De collectie geeft aan de hand van maquettes, modellen van windmolens, oude machines, kaarten en tekeningen een beeld van de geschiedenis van dijkbouw en droogmakerijen in Nederland. Boeiend is de grote maquette die duidelijk maakt wat er tijdens (spring)vloed met het lage land bij de zee zou gebeuren, als dijken ontbraken: Amersfoort zou dan een Noordzeebadplaats zijn.

Het gemaal is genoemd naar de waterbouwkundige Nicolaas Cruquius (1678-1754), die de eerste plannen voor de drooglegging van de Haarlemmermeerpolder maakte. Eigenlijk heette hij gewoon Klaas Kruik, maar dat de vond de waterbouwkundige te gewoontjes.

DEN HELDER

Wie de zon in het water wil zien schijnen, moet naar Den Helder. Het KNMI heeft namelijk keurig geturfd dat die stad de meeste uren zonneschijn heeft van alle Nederlandse steden. Dat betekent overigens niet dat de hele provincie meedeelt in dat stralende record. Het provinciale zonnerecord is in het bezit van Zeeland.

Den Helder, met zijn vijf havens, is de enige stad in Nederland die aan drie zijden is omgeven door water: de Noordzee, de Waddenzee en het Marsdiep. Napoleon wilde van die strategische plek het 'Gibraltar van het noorden' maken. Om die droom om te zetten in daden liet hij in 1811 in het oude walvisvaardersdorpje Huisduinen het Fort Kijkduin bouwen. Het verdedigingswerk is grondig gerestaureerd en huisvest tegenwoordig een museum dat aandacht schenkt aan de militaire geschiedenis van 1800 tot 1945. Bezoekers kunnen er een avontuurlijke rondleiding maken door de geheimzinnige gangen. Er is ook een groot zeeaquarium. Via een glazen tunnel kan de bezoeker tussen de vissen wandelen. Adres: Admiraal Verhuellplein 1.

Op het Marinecomplex aan de Nieuwe Haven in Nieuwediep (zoals de bewoners van Den Helder hun stad noemen) vinden sinds 1957 elk jaar de Nationale Vlootdagen plaats. Het is het grootste marine-evenement van ons land. De varende, vliegende en amfibische marine is spectaculair in actie te zien. Diverse Nederlandse en buitenlandse marineschepen leggen de loopplank uit voor landrotten. Verder zijn er rondleidingen, tentoonstellingen, rondvaarten en optredens van muziekkorpsen.

De rest van het jaar is het Marinecomplex voor het publiek gesloten. Maar men kan wel terecht in het Marinemuseum. Het belicht de geschiedenis van onze Koninklijke Marine (sinds 1815) en de eeuwen ervoor door middel van schilderijen, wapens, scheepsmodellen, persoonlijke bezittingen, uniformen en diverse marinevaartuigen. Helden en heldendaden passeren de revue: Michiel de Ruyter bijvoorbeeld, die triomfeerde in vele zeeslagen, en Jan van Speyk die tijdens de Belgische Opstand een eeuwige luchtreis verkoos boven overgave aan de vijand ('Dan liever de lucht in'). Flarden van de onfortuinlijke Van Speyk zijn op sterk water te zien in het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

Aandacht ook voor Karel Doorman, die op 27 februari 1942 strijdend tegen de Japanners ten onder ging in de Javazee. Zijn fameuze laatste woorden - 'Ik val aan, volg mij' - worden door humoristische marinelui met een flinke slok op nog wel eens verbasterd tot: 'Ik val aan volgens mij.' Aan de steiger van het museum liggen de Abraham Crijnssen, het enige oorlogsschip dat tijdens de Slag in de Javazee wist te ontsnappen (gecamoufleerd als 'tropisch eiland'), en het voormalige ramtorenschip Schorpioen. Het belangrijkste wapen van het ramschip was de vlijmscherpe boeg die onder water nog een stukje doorliep. Daarmee kon een vijandelijk schip naar de kelder worden geramd. Ook bij het Maritiem Museum in Rotterdam* ligt een ramschip afgemeerd, de Buffel. Adres: Hoofdgracht 3.

Bij het Marinemuseum ligt de enige onderzeeboot in ons land die permanent voor bezichtiging geopend is. Het is de uit 1966 stammende Nederlandse Tonijn.

TIP: Ook het historische lichtschip Texel legt de loopplank voor nieuwsgierige landrotten uit.

Het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers is het enige reddingmuseum in ons land. Het vertelt het verhaal van scheepsrampen en de moedige redders van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. De KNRM, opgericht in 1824, biedt kosteloos hulp aan in nood verkerende varenslieden voor de Nederlandse kust, op de Waddenzee, het IJsselmeer en de Zeeuwse wateren. Dat gebeurt met 60 reddingsboten, verdeeld over 37 reddingstations. Ze worden bemand door elf beroepskrachten en 700 vrijwilligers. Sinds de oprichting zijn meer dan 50.000 reddingen verricht. Daarbij verloren 67 redders het leven.

Het Reddingmuseum heeft een aantal doeactiviteiten, waaronder een brugsimulator en een nagebouwde scheepsbrug waarop de bezoeker aan den lijve kan ondervinden hoe het is om bij zwaar weer met een deinende, stampende en rollende reddingboot in een vliegende storm uit te varen. Er ligt ook een echte reddingboot: de Twente. Het museum besteedt ook aandacht aan andere reddingmaatschappijen, zoals de Kustwacht en de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen.

Het museum ontleent zijn naam aan Dorus Rijkers (1848-1928), de beroemdste Nederlandse redder. Hij redde 487 schipbreukelingen.

Het Poppenmuseum bezit de grootste collectie Käthe Kruse-poppen ter wereld. Vierhonderd creaties van deze wereldberoemde Duitse poppenmaakster houden er een schoonheidswedstrijd. In het museum staan ook de bijbehorende meubeltjes, teddyberen en poppenspeeltjes. Verder zijn er originele brieven, catalogi, ansichtkaarten en schilderijen met betrekking tot Käthe Kruse te zien, alsmede vier stijlkamers met het speelgoed en de kleding van vier generaties. Adres: Binnenhaven 25.