Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Wakel (plantkunde)

betekenis & definitie

Jeneverbes. De eenige naaldboom, die bij ons inheemsch is.

Men vindt wakels op vele heidevelden: zij hebben meestal den kegelvorm. Bij boomkweekers zijn verscheidene soorten verkrijgbaar. De Virginische wakel of roode ceder wordt voor potloodhout gebruikt. De potloodfabrikant Faber te Neurenberg heeft in het jaar 1870 een groot aantal van die ceders aangeplant. De stammen zijn echter dun gebleven. Amerika levert groote hoeveelheden van dit hout.

Slechts het kernhout, een vierde van den geheelen stam, is voor potloodhout geschikt. De rest is afval, waaruit men een vluchtige olie maken kan.