Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Makelaar (bouwkunde)

betekenis & definitie

Staande stijl van een dakgebint, die de nok vereenigt met het midden van den hanebalk (dat is een waterpasse verbinding tusschen schuine dakspanten).

Verder is een makelaar een dakspits aan het einde van de nok van een gebouw ter versiering aangebracht. Men ziet ze vaak op molens en schuren. Soms draagt de makelaar een bliksemafleider of een windwijzer. Bij waranda’s, die gewoonlijk een ver overstekend dak hebben, is de makelaar naar beneden verlengd en soms kunstig besneden.