Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

uitkeek

betekenis & definitie

uitkeek - Werkwoord
1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van uitkijken
♢... dat ik uitkeek
♢... dat jij uitkeek
♢... dat hij, zij, het uitkeek