Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

troebel

betekenis & definitie

troebel - Bijvoeglijk naamwoord
1. niet helder, niet duidelijk, niet zuiver (ook in overdrachtelijke betekenis van oneerlijk)
Hij had een troebele blik in zijn ogen na het drinken van teveel alcohol.