Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

traag

betekenis & definitie

traag - Bijvoeglijk naamwoord
1. met geringe snelheid

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: traech, trege
Oudernederlands: traech, traghe

Synoniemen
langzaam

Antoniemen
snel, vlug, rap