Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

2017-12-04

mosterdzaad

betekenis & definitie

mosterdzaad - Zelfstandignaamwoord
1. (plantkunde) (voeding) de zaadjes van de mosterdplant
Ik kon er smakelijk mee lachen, want ik had pas een meer dan preventieve dosis troostkost naar binnen gelepeld. Bietjescurry met veel mosterdzaad en yoghurt, zoetzure spicy pompoen, rokerige aubergines, rijst uit de oven en een restje kokossoep, allemaal op één tafel. Deelnemers van de challenge mogen het zuinigjes uitsmeren op een volkoren wrap.
Want nogmaals: zout zit er niet uit, al is dit een typisch Twentse exportproduct. Wat er wel in dit souvenir zit is mosterdzaad, basterdsuiker, geelwortel, peper, azijn en water. Bye bye mosterdstadje Doesburg, Abraham haalt 'm voortaan uit Boekelo. Of Haaksbergen, daar is-ie ook te koop.

Woordherkomst
samenstelling van mosterd(zelfstandig naamwoord) en zaad(zelfstandig naamwoord)