laat betekenis & definitie

laat - Bijvoeglijk naamwoord
1. na het voorziene ogenblik
2. 's avonds, 's nachts

laat - Zelfstandignaamwoord
1. (geschiedenis) halfvrije boer
Een laat was oorspronkelijk een cijnsplichtige, behorend bij een bepaald domein.

laat - Werkwoord
1. enkelvoud tegenwoordige tijd van laten
2. gebiedenwijs van laten

Woordherkomst
Via het Middelnedelandse late van de Germaanse stam lata. Verwant met het Gotische lats, Oudsaksische lat, Oudnoorse latr en Latijnse lassus.

Synoniemen
horige, halfvrije

Antoniemen
vroeg

Verwante begrippen
tardief, vergevorderd

Gepubliceerd op 04-12-2017