cijfer betekenis & definitie

cijfer - Zelfstandignaamwoord
1. (wiskunde) Een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden. Bijvoorbeeld 0 en 7 zijn cijfers, maar 19 niet
Sudoku is een populair spelletje met cijfers.
2. een waardering van een prestatie, in een getal uitgedrukt
Wat is je cijfer voor het proefwerk?

cijfer - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cijferen
♢ Ik cijfer
2. gebiedende wijs van cijferen
cijfer!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cijferen
cijfer je?

Woordherkomst
Van Arabisch sifr (nul, letterlijk: niets, leeg). Hiervan afgeleid is ook het Engelse zero (nul).

Uitdrukkingen en gezegden
♦ in de rode cijfers zitten
verlies maken - schulden hebben

Synoniemen
[1] getal, nummer
[2] punt