betrekken - Werkwoord
1. (ov) zich in een woning installeren
♢ Zij betrokken een huis in de Warmoesstraat.
2. (ov) (artikelen) kopen, verkrijgen, verwerven
♢ Zij betrokken hun fruit van de markt.
3. (ov) ~ op: in verband of relatie brengen met
♢ De aanwezigheid van de Amerikanen in Irak wordt vaak betrokken op de grote olievoorraden van dat land.
4. (ov) ~ bij: deel laten hebben aan een activiteit
♢ Hij betrok zelfs zijn ouders bij zijn criminele activiteiten.
5. ergatief (meteorologie) bewolkt raken
♢ We hadden lekker buiten in het zonnetje gezeten, maar geleidelijk was de lucht betrokken en werd het killer.
6. ergatief (van een gezicht e.d.) somber worden
Woordherkomst
Afgeleid van trekken met het voorvoegsel be-
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.