absoluut betekenis & definitie

absoluut - Bijvoeglijk naamwoord
1. niet beschouwd in betrekking tot iets soortgelijks
De absolute bevolking was laag.
2. volledig, volkomen
De aanwezige alcohol was absoluut helemaal verdampt.
3. beslist, zeker
Er is absoluut sprake van een noodsituatie.
Ik vind spruitjes absoluut niet lekker.
4. geheel onafhankelijk en zonder binding met iets of iemand anders
In dat land is een absolute koning aan de macht.

Antoniemen
relatief

Verwante begrippen
absolute waarde

Gepubliceerd op 31-10-2017