Wat is de betekenis van absoluut?

2024-02-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

absoluut

Het begrip absoluut heeft 7 verschillende betekenissen: 1) niet betrekkelijk. niet betrekkelijk; van geen samenhang afhankelijk. 2) volstrekt. het genoemde ten volle of onvoorwaardelijk zijnd; volkomen; volstrekt; helemaal. 3) beslist. in elk geval; beslist; per se; stellig. 4) onbeperkt. met geen anderen gedeeld, aan...

2024-02-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

absoluut

(1999) (jeugd) als stopwoord zonder echte betekenis. • Absoluut! Stopwoord. Mag tegenwoordig aan het einde van elke zin. (De Morgen, 24/02/1999)

2024-02-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

absoluut

absoluut - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet beschouwd in betrekking tot iets soortgelijks De absolute bevolking was laag. 2. volledig, volkomen De aanwezige alcohol was absoluut helemaal verdampt. 3. beslist, zeker Er i...

2024-02-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

absoluut

absoluut - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ab-so-luut 1. door niets of niemand beperkt of gehinderd ♢ de president van dat land heeft het absolute gezag 1. een absolute vorst [niet gebonden aan we...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-22
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Absoluut

afk. abs. [Lat. absolutus = lett.: losgemaakt] volstrekt in zichzelf, onbeperkt, volmaakt (God is het absolute Zijn); onafhankelijk (- monarch); zonder hulpmiddelen nodig te hebben (- gehoor); zonder betrekkingen (absolute film, iets-genomen); zonder beperkingen of voorwaarden (het is - waa...

2024-02-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Absoluut

volkomen; onvermengd

2024-02-22
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers (2017)

Absoluut

Zie idealisme.

2024-02-22
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

absoluut

heeltemal, volkome.

2024-02-22
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Absoluut

volstrekt, onvoorwaardelijk, onbeperkt; — absolute meerderheid van stemmen: meer dan de helft der uitgebrachte stemmen.

2024-02-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Absoluut

adj. & adv., abs(o)lút; (adv.) abslút, perfoarst.

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Absoluut

(<Lat.), bn. en bw., 1. volstrekt, niet betrekkelijk: absolute onzijdigheid; de absolute waarde van een getal’,de absolute ruimte, waarin alleen de aether is; — absolute temperatuur, gerekend vanaf het absolute nulpunt der temperatuur, waarbij de kinetische energie der gassen gelijk nul wor...

2024-02-22
Vreemde woorden in de natuurkunde en namen der chemische elementen

Prof. Dr. P.H. van Laer (1949)

Absoluut

(Lat. absolútm = losgemaakt; absólvere = losmaken; < → ab-, + sólvere = losmaken). Op zichzelf beschouwd, zonder betrekking tot iets anders, tot een referentiesysteem; zonder vreemde bijmengsels; b.v. absolute beweging, plaats, tijd; absolute eenheden; absolute alkohol.

2024-02-22
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Absoluut

wat bepaald wordt door zichzelf, zomin mogelijk door relaties tot iets anders. (Metafys.): A .-te, de oergrond van al het zijnde. (Toepass.): A. alcohol, watervrije a., A. eenheden, theoretische e. gebaseerd op het cgs-stelsel; A. muziek, los van andere kunsten of voorstellingen, dus geen lied, ballet, opera- of programma-muziek.

2024-02-22
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

absoluut

volstrekt, onbeperkt, volmaakt; op zichzelf; onbepaald; onvoorwaardelijk, stellig; ~ gehoor, vermogen om zonder hulp der stemvork of iets dergelijks een toon juist te kunnen aanwijzen in de toonladder of wel omgekeerd om elke noot van de toonladder zonder muzikale hulp te kunnen treffen met de stem.

2024-02-22
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Absoluut

eigenlijk: „losgemaakt”, noemt men wat door zichzelf en zo min mogelijk door relaties tot iets anders wordt bepaald. Met het Absolute duidt men in de metaphysica de oergrond van al het zijnde aan, die van niets buiten zichzelf meer afhankelijk is. Absolute alcohol is de volstrekt watervrije alcohol, welke uit spiritus (waterhoudende a...

2024-02-22
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis (1939)

Absoluut

(< Lat. absolutus, part. perf. van absolvere = losmaken). Math. 1) Volstrekt. Vb. De absolute waarde (ook genoemd modulus) van een complex getal; men ziet hierbij af, maakt zich los, van de richting van den voerstraal naar het beeldpunt en beschouwt hiervan alleen de grootte. 2) Fundamenteel (dat, waarvan iets anders afhangt). Vb. Het absolute v...

2024-02-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

absoluut

bn., bw. (Fr.)[Lat. absolutus]: volstrekt, volkomen; onvoorwaardelijk, onbepaald): absolute stilte; absoluut niet(s); absolute neutraliteit; absoluut onvermijdelijk; muz. absolute muziek, zie programmamuziek.

2024-02-22
Vreemde woordenboek

S. van Praag (1937)

absoluut

volstrekt, onbeperkt.

2024-02-22
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Absoluut

( Latijn absolutus = vrij gemaakt van banden) is datgene, wat door niets in wezen of werken wordt begrensd; algeheel onafhankelijk, op zich bestaand en gedacht. A. (= volstrekt) staat in do zijnsleer (zie Metaphysiek) tegenover relatief (= betrekkelijk), gelijk volmaakt tegenover onvolmaakt. Het absolute, onbegrensde zijn komt alleen aan God toe. O...

2024-02-22
Muziek lexicon

Mr. G. Keller en Philip Kruseman (1932)

Absoluut

1) Absolute muziek. Die muziek, waarbij geen tekstwoorden of omschrijvende verklaringen zijn gevoegd. Tegenstelling: Programmamuziek, beschrijvende muziek of muziek met tekst.2) Absoluut gehoor. Herkennen van de juiste toonhoogte, zonder vergelijking met andere tonen. Tegenstelling: relatief gehoor.