vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Gepubliceerd op 16-11-2020

Hoorn -hoorn

betekenis & definitie

Naam in vrijwel geheel Noord-Brabant voor de mannelijke Duif (=Doffer) [WBD p.118 met kaartje], resp. element in N (dial.) Duifhoorn ←, mnl Duufhoern (zie sub Doffer) en N (dial.) Merelhoorn ←.

D Dubhorn, Dübhorn 'Doffer' in Niederhessen en Fulda komt voort uit mnd duvarn [Suolahti 1909 p.211]. De korte o in deze namen en de lange o in Hoorn kunnen verklaard worden uit de invloed van de r [VanBree 1972 p.34].

ETYMOLOGIE De naam (het woord) van het lemma zou voortgekomen zijn uit *arnu 'Vogel, Haan, Arend' (ook 'Kip') [Goossens 1988]. Deze visie was veel vroeger ook al aanwezig, maar Suolahti 1909 betwijfelde hem (p.210). Ook valt germ *aran (onl ara(n) 'Arend') te overwegen, waarvoor zie sub Arend. Qua betekenis wordt de visie zeer gesteund door gelders-overijssels aorend, oand, eurend 'mannelijke duif' [weijnen 1996 p.6]. De H in Hoorn zou een hypercorrecte h kunnen zijn; men vindt deze ook in mnl Haren 'Arend'.