Numenius tenuirostris Vieillot 1817. Zeer zeldzame, thans nagenoeg uitgestorven soort van kleine wulp, die een bijzonder dunne snavel heeft.
De soort is in vroeger jaren (tweede helft 19e, eerste helft 20e eeuw) enkele malen in N geschoten; er liggen nu nog balgen van in enkele natuurhistorische musea. De N naam is wellicht een vertaling van F Courlis a bec grêle of de wetenschappelijke naam tenuirostris (Lat tenuis 'dun', rostris 'gesnaveld' <Lat rostrum 'snavel, snuit, bek').Wickevoort Crommelin et al. 1858 en Schlegel 1858 maken ieder melding van de eerste wn. (en verzameling) van de soort voor N, op 5 december 1856 aan het IJ nabij Spaarndam (NH). Beiden gebruiken de naam als in het lemma, beiden ook met een afbreekstreepje tussen 'Dunbek' en 'wulp', maar de eerste omdat het eerste deel aan het eind van een regel staat. Albarda 1897 (op p.126) gebruikt het streepje, Buekers 1902 gebruikt een spatie ("Dunbek Wulp") en Thijsse 1944 spelt: "Dunbekwulp".