Gepubliceerd op 20-01-2021

Pieter bleeker

betekenis & definitie

Nederl. militair geneeskundige en natuurvorscher, geb. 10 Juli 1819 te Zaandam, werd voor apotheker opgeleid, oefende zich, meest door zelfstudie, in de heelkunde, kroeg in 1840 de bevoegdheid om op te treden als geneeskundige en in 1841 een aanstelling tot officier van gezondheid 3<t|' klasse bij het leger in Indië, klom op tot chirurgijn-majoor, richtte te Batavia het natuur- en geneeskundig archief van Nederl.Indië, do Vereeniging ter bevordering van de geneeskundige wetenschappen en de Maatschappij van Nijverheid op, was eenigen tijd secretaris van het Bataviasche genootschap van kunsten en wetenschappen, werd tot doctor in de wis- en natuurkunde en in de geneeskunde honoris causa benoemd, en keerde in 1860 naar Nederland terug, waar hij voorts vier jaren het „Tijdschrift van Nederl.-Indië“ redigeerde; in 1868 werd hij nis kolonel gepensioneerd, vestigde zich te ‘s Gravenhage, en overleed aldaar 24 Jan. 1878; in Nederland maakte hij zich vooral bekend door den zg. Bleekersdrank tegen de cholera: onder zijn talrijke natuurkundige werken staat zijn Atlas iehtyologiqm des Index orientales (1862-78, afl 1— 36) bovenaan: belangrijk is ook zijn Reis door de Minahassa en den Molnkschen Archipel (Batavia, 1857).

< >