Broken window theorie betekenis & definitie

De broken windows theorie stelt dat zichtbare signalen van criminaliteit, zoals gebroken ramen, graffiti en andere gevolgen van vandalisme, nóg meer criminele, antisociale en verstoring van de openbare orde veroorzaken. In de jaren '90 werd de theorie populair doordat de politie van New York de theorie gebruikte in beleid.

De broken window theorie is een theorie uit de criminologie en werd voor het eerst beschreven in 1982 door James Q. Wilson en George L. Kelling.

De broken window theorie is ontstaan door het idee dat als je een gebroken raam niet repareert, de stap naar het vernielen van andere ramen kleiner is. Mensen zijn sociale dieren en volgen kuddegedrag. Dit zorgt ervoor dat de kans groot is dat andere ramen op korte termijn ook zullen sneuvelen. Volgens de theorie zou hierdoor een ketting van meer (en groter) crimineel gedrag kunnen ontstaan.

In de jaren '90 zette New York de broken window theorie in voor het maken van hun beleid. Veel kleinere criminele activiteiten kregen meer aandacht: graffiti in de metro werd aangepakt, rommel op straat werd actiever opgeruimd en vandalisme werd tegengegaan. Helaas toont bijna 40 jaar onderzoek inmiddels aan dat het eerste deel van de broken windows theorie juist lijkt, het tweede gedeelte niet. Klein crimineel gedrag van mensen wordt inderdaad beïnvloed door de omgeving en gedrag van anderen. Als er dus al een raam kapot is, is de kans groot dat andere ramen ook snel zullen sneuvelen. Echter is het zo dat het tweede deel van de theorie (klein crimineel gedrag leidt tot grotere criminaliteit) niet bewezen is. De daling van de criminaliteit in New York na invoering van het beleid was bijvoorbeeld mede te verklaren door een algemene vermindering van criminaliteit en de legalisering van abortus (Donohue & Levitt, 2001).

Gepubliceerd op 20-06-2019