Lafaard betekenis & definitie

bang en laf persoon.

‘Die lafaard!’ zeide hij tegen de andere jongens, die, toen de veldwachter in huis gegaan was, weer uit hunne schuilhoeken te voorschijn kwamen, ‘die lafaard!’ (C. Joh. Kieviet, Uit het leven van Dik Trom, 1899)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017