haai betekenis & definitie

hebzuchtig, inhalig persoon. Vanwege de vraatzucht van dit dier. In zeemanstaal werd een schuldeiser ook een haai genoemd.

Distributie hier en daar en overal... geen centen onder de mensen, alles in de poten van kettinghandelaars, die haaien en wolven. (A.M. de Jong, Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)

Overal legt het algemeen belang het loodje tegen het winstbejag van pooiers, haaien en geldwolven. (Het Parool, 15/11/2002)