dierage betekenis & definitie

lelijke, boosaardige vrouw. Betekent letterlijk ‘gedierte’. Soms ook van zaken, bijv. ‘wat een dierage van een jurk’: wat een lelijke jurk. Woorden eindigend op -age (zoals dierage en bibberage) komen bijna niet meer voor in de Nederlandse taal. Ze werden vaak spottend gevormd en hebben een informeel karakter. Ook wel gespeld (naar de uitspraak) als dierazie. Volgens Endt (1974) een scheldwoord van en voor vrouwen.

Wie weet, jongen, welk een klungel van een dierage je nog krijgt. (E. Bekker, Wed. Wolff, Historie van den Heer Willem Leevend. 8 dln. 1784-1785)

Dat’s geen spek voor jou bek, dierage. (De Groene Amsterdammer, 09/03/1890)

Wat ’n onuitstaanbaar dierage, om an de juffrouw te klikken dat ze d’r mouw dichtgenaaid hadden. (S. Falkland, Schetsen, 1904-1915)