charlatan betekenis & definitie

oplichter, kwakzalver; iemand die met snoeverij zijn beroep uitoefent. Vandaar ook: windverkoper, pocher. Dit scheldwoord dateert al uit de zeventiende eeuw. Wij hebben het woord ontleend aan het Frans. In die taal werd het al in 1543 gebruikt als benaming voor een marktschreeuwer, iemand die op de markten huismiddeltjes tegen alle kwalen verkocht. Het woord is een verbastering van het Italiaanse ciarlatano, op zijn beurt afgeleid van ciarlare (hoogdravend spreken). Charlatan is volgens deskundigen een samentrekking van ciarlare en cerretano (een inwoner van het stadje Cerreto bij Spoleto dat in de middeleeuwen bekend stond als de thuishaven van rondtrekkende leurders en marktkramers. Deze lui waren berucht om hun radde tong).

Dat symbolische grote werk, wou je dat gaan beschrijven, charlatan? (Harry Mulisch, Archibald Strohalm, 1951)

Ik weet wel dat ik in jullie ogen een prutser en een charlatan ben. (W.F. Hermans, Herinneringen van een engelbewaarder, 1971)

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946