actreur, actreutel betekenis & definitie

toneelspeler (-speelster) die op een onnatuurlijke wijze en met veel toneelgalm acteert (erg gebruikelijk midden vorige eeuw) en vandaar ook derderangsacteur (-actrice). Dit kruisingswoord {actrice en dreutel) werd in de jaren zeventig door Ischa Meijer bedacht om actrices als Ellen Vogel en Femke Boersma mee te karakteriseren.

Ik hoor op dat moment de niet te verdragen stem van Femke Boersma, de wettige echtgenote van Frits Bolkestein. Zij ruikt haar kans. Zij was ooit actreutel van een kaliber dat nog niet voor een Nederlandse soap gevraagd wordt en zij heeft Frits ongetwijfeld aangezet tot zijn guerrilla tegen Uw gezag. (NRC Handelsblad, 14/09/1996)