Lidwoord betekenis & definitie

Een lidwoord is een woord dat hoort bij een zelfstandig naamwoord. De Nederlandse taal heeft drie lidwoorden: de, het en een. 'De' en 'het' zijn bepaalde lidwoorden. 'Een' is een onbepaald lidwoord.

Een lidwoord staat voor een zelfstandig naamwoord, of een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig gebruikt wordt. 'Hij gaat naar de stad,' is een voorbeeld van een lidwoord voor een zelfstandig naamwoord. 'Stad' is in deze zin het zelfstandige naamwoord. 'Zij was het wachten zat,' is een voorbeeld van een zin waarbij het lidwoord voor een zelfstandig gebruikt werkwoord staat. 'Al is dit het laatste wat ik doe,' bevat een bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig wordt gebruikt. In deze zin hoort 'het' bij 'laatste.' Een lidwoord hoeft niet direct naast een zelfstandig naamwoord te staan. Er mogen woorden tussen zitten, zoals bijvoeglijk naamwoorden.
'De' wordt gebruikt bij zowel mannelijke als vrouwelijke woorden. 'Het' wordt gebruikt bij onzijdige woorden. Er zijn geen duidelijk regels over wanneer een woord een 'de'- of 'het'-woord is. Voor duidelijkheid is aan te raden om een woordenboek open te slaan.