Piet van der Ploeg

Auteur van het psychologiewoordenboek

Gepubliceerd op 29-12-2016

2016-12-29

metacognitie

betekenis & definitie

We kunnen onder metacognitie verstaan: 'kennis of geloof over de eigen cognitieve processen'. Metacognitie is een ander woord voor reflectie over denken, voor denken over denken, of leren over leren. Er is sprake van metacognitie wanneer iemand die leert een vorm van bewustzijn, controle en zelfreflectie heeft over wat en hoe er op dat moment geleerd wordt. Metacognitie kan ook gebruikt worden als het gaat om het regelen van cognitieve activiteiten. Als een persoon weet dat hij bang is een vreemde aan te spreken of goed is in schaken zijn dit ook voorbeelden van metacognitieve kennis. Het meedoen aan een schaakcompetitie op basis van je kennis van het schaakspel is dus ook het gebruik maken van metacognitieve kennis.

Wat een persoon weet over zijn eigen cognitieve vaardigheid is niet altijd helder maar psychologen moeten soms noodzakelijkerwijs deze vaardigheid van personen wel zien te achterhalen . Dit kan eenvoudig plaatsvinden door een interview, waarbij bijvoorbeeld een geheugen- of intelligentietest van belang kan zijn om de waarde van metacognitieve kennis bij een persoon beter te kunnen in schatten.
Een gebied waar metacognitie uitgebreid is onderzocht is het geheugenonderzoek. Het belang van kennis over het vermogen en de beperkingen van iemands geheugen wordt door diverse psychologen benadrukt. J.H. Flavell (1970) heeft aangetoond dat als kinderen ouder worden de kans groter is dat zij strategieën gebruiken die hun geheugenprestatie verbeteren, zoals het repeteren van te onthouden items.
Een ander veel voorkomend fenomeen bij metacognitie is het gevoel iets te weten. Dit komt voor als we iets horen en direct denken te weten waar het overgaat maar dit woord of tekst 'op de punt van onze tong ligt' maar we het toch niet kunnen terughalen uit het geheugen. Veel mensen ervaren dit bijvoorbeeld bij namen, belangrijke data, wetenswaardigheden, titels van gelezen boeken, enzovoorts.
Een vergelijkbaar fenomeen is iets niet te weten. Als je gevraagd wordt wat het e-mail adres is van Koningin Beatrix zullen de meeste mensen het gevoel krijgen dat weten hiervan niet zo voor de hand ligt, gezien het feit dat niet iedereen zo maar Koningin Beatrix een e-mail kan sturen.
De andere zijde van metacognitie is dat het onze metacognitieve kennis zeer beperkt en sterk onderhevig is aan het maken van fouten. Dit komt mede doordat de werking van cognitieve processen die wij ondergaan, wij ons weinig bewust zijn hoe deze processen in werkelijkheid werken en waar ze allemaal betrekking op hebben in ons brein. Zelf de meeste eenvoudige opdrachten, zoals de vraag naar het benoemen van plaatsen in Nederland gebeurt op een plotselinge en automatische manier, waarbij het vermoedelijk (niet onmogelijk soms) te bepalen is waarom we juist als eerste met dié plaatsnamen op de proppen komen. Het is daarom ook duidelijk dat introspectieve technieken geen enkel nut hebben om dit soort cognities te achterhalen, als we zelf immers niet eens weten hoe deze metacognitieve kennis tot stand komt.
Uit het onderzoek van R. Nisbett & T.D. Wilson (1977) is bij tal van onderzoeken overduidelijk gebleken dat men onwetend is over welke kenniszaken en gedachten bij mensen een oorzakelijk verband hebben met hun gedrag of wijziging van hun gedrag. Zij concluderen daarom dat het voor werkers in de sociale wetenschappen het erg misleidend kan zijn om aan personen te vragen wat de oorzakelijke invloed is van hun metacognitieve kennis op hun overwegingen, keuzes of gedrag.
In het onderwijs in Nederland wordt de laatste decennia veel aandacht besteed aan het ontwikkelen en implementeren van modern of competentiegericht onderwijs, in vele varianten en op verschillende onderwijsniveaus. Om beter in staat te zijn voor een student om zich competenties (combinatie kennis, vaardigheden en attitudes) eigen te maken is een veelzijdige gerichtheid op metacognities (leren leren concept) van groot belang.