Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 24-06-2020

levend

betekenis & definitie

bn. en bw.,

1. in leven zijnd: de levende wezens; de levende natuur; levende bloemen, in tegenst. tot kunstbloemen; hij was meer dood dan —; ik vond er geen levende ziel, geen wezen, niemand; als bep. van gesteldheid: ketters werden — verbrand; daar ben je begraven, daar hoor of zie je niets; levende beelden, groepering van levende personen als beelden, tableaux vivants; in levenden lijve, levend en wel, niet dood; in eigen persoon; de levende hand, de bezitter, erfgenaam, die in leven is; bij levenden lijve iets weggeven, terwijl men nog leeft;
2. fig. van zaken: de levende talen, die nog gesproken worden en dus nog veranderingen ondergaan, in tegenst. tot de dode talen; het — recht, het in het volksbewustzijn levende recht, tegenover verouderd en afgestorven recht; het — werk van een schip, gedeelte van een schip, dat onder water is; levende kracht, arbeidsvermogen van een lichaam dat in beweging is, kinetische energie; (van kleuren), fris levendig: een landschap waarover de zon levende tinten legde;
3. beweeglijk: water, stromend of wellend.