Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 29-06-2020

diaken

betekenis & definitie

[Gr. diakonos, dienaar], m. (-s, -en), christelijke ambtsdrager.

De functie van diaken treft men aan in het NT (Fil. 1,1; 1 Tim. 3,8-13) en in de oudchristelijke letterkunde, te beginnen bij de apostolische vaders. Doorgaans worden als eerste diakenen beschouwd de zeven mannen die volgens Hand.6,3 te Jeruzalem werden gekozen om de armenzorg uit te oefenen. Deze dragen echter nog niet de naam diaken. In de oude kerk vormden de diakenen de derde klasse van ambtsdragers naast bisschoppen en presbyters; zij hadden geen sociale functie. Wel breidde hun taak zich uit tot velerlei diensten, ook aan de bisschop bewezen. In de oorsprong en geschiedenis van dit ambt is nog veel onzeker, vooral omdat het Griekse woord diakonein (dienen) in het NT een veelheid van werkzaamheden kan omvatten.

In later tijd schrompelde de functie in: in de oosterse kerken werd het ambt uitsluitend liturgisch; in de Rooms-Katholieke Kerk werd het een louter doorgangsstadium naar het priesterschap. Op het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) is het diaconaat als een zelfstandige en blijvende hiërarchische rang in de Latijnse Kerk hersteld. Op 18.6.1967 vaardigde paus Paulus VI met het motu proprio Sacrum diaconatus ordinem algemene normen uit betreffende dit zelfstandig diaconaat. Een permanent diaken mag niet jonger dan 35 jaar zijn; na zijn wijding mag hij niet meer huwen; vrouwen zijn uitgesloten van de diakenwijding; de diakenfunctie ligt op liturgisch en sociaal-charitatief vlak.

In de protestantse kerken vormen de diakenen te zamen met de ouderlingen en de predikant de kerkeraad. In de Ned. Hervormde Kerk en in de gereformeerde kerken maken ook de diakenen deel uit van de meerdere vergaderingen. De functie van de diaken beperkte zich in het verleden bijna uitsluitend tot de kerkelijke armenzorg, maar het huidige kerkrecht ziet de taak van de diaken breder (zie diaconaat). In 1958 stelde de generale synode van de Ned. Hervormde Kerk het diakenambt ook voor vrouwelijke lidmaten open. In de liturgische beweging functioneert de diaken ook weer in de liturgie bij voorbeden en avondmaalsbediening.

LITT. J.Colson, La fonction diaconale aux origines de l’église (1960); A.Fischer enz., Der Diakon (1970).