Wat is de betekenis van Diaken?

2024-02-28
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

diaken

diaken - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) (beroep) rooms-katholiek geestelijke, gerangschikt direct onder een priester, die een priester helpt bij kerkdiensten Het Tweede Vaticaans Concilie heeft voorzien in een permanent ambt van diaken. 2. (religie) persoon die binnen de protestantse ke...

2024-02-28
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Diaken

Diaken, (lett.) dienaar; functionaris in de eerste christelijke gemeenten; thans naam voor verschillende ambtsdragers in de christelijke kerken, t.w. voor iemand met een lagere wijding, die bepaalde liturgische taken vervult (rooms-katholieke kerk) en voor iemand die belast is met sociale zorg, vroeger armenzorg (protestantse kerk). Paulus geeft in...

2024-02-28
Ikonen Lexicon

Karin Braamhorst (2004)

Diaken

Diaken (gr. dienaar) is een rang in de oosters-orthodoxe kerk. Het ambt van diaken werd oorspronkelijk ingesteld om de priester vrij te maken van de sociale taken in zijn parochie. Tegenwoordig dient een diaken tijdens de liturgieviering als assistent van de bisschop of priester. Op iconen staat een diaken vaak afgebeeld met een tempelvormig metale...

2024-02-28
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Diaken

[Lat. diaconus, Gr. diakonos = dienaar] (rk) rang beneden priester; (prof) kerkelijk armenverzorger.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Diaken

geestelijke; protestants kerkelijk armenverzorger

2024-02-28
Art & Architecture Thesaurus

Getty Research Institute (1990)

diaken

diaken - Lagere functionarissen binnen de christelijke kerk die priesters of pastors assisteren bij hun administratieve, financiële en pastorale taken. In veel kerken vormen de diaconessen een afzonderlijke orde van hulpfunctionarissen binnen de parochie of kerkgemeente.

2024-02-28
De Tale Kanaäns woordenboek

J. van Delden (1982)

diaken

Gr. diakonos, dienaar; dienaar der gemeente. Thans een lid van de kerkeraad speciaal belast met de financiële zorg voor de gemeenteleden.

2024-02-28
Kerkelijk woordenboek

Professor mag. dr. J.B. Kors o.p. (1967)

Diaken

geestelijke, die het diakonaat’, een der → hoogere wijdingen (orden) van het priesterschap heeft ontvangen; ook degene, die, hoewel reeds priester gewijd zijnde, de functie van den diaken in de plechtige Mis waarneemt. In de oudste tijden der Kerk vooral met de zorg voor de tijdelijke nooden der geloovigen belast, is zijn functie...

2024-02-28
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

diaken

kerkraadslid vir armeversorging en geldinvordering.

2024-02-28
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Diaken

kerkelijk armverzorger; in de Kath.Kerk: aanstaand priester

2024-02-28
Katholicisme encyclopedie

Prof. dr. J.C. Groot (1955)

DIAKEN

is een Grieks woord, dat wijst op een dienstbetrekking, met name het dienen aan tafel. In Phil. 1 : 1 en 1 Tim. 3 : 8-13 blijkt het een ambtstitel te zijn. Na de bisschop(pen) en in nauwe verbinding met hem wordt de diaken vermeld als zijn dienaar. Het ambt van „de zeven” in Hand. 6 wordt door Lucas ook in de richting van het hem beken...

2024-02-28
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Diaken

s., diaken.

2024-02-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Diaken

(<Gr.), m. (-s, -en), 1. (Prot.) kerkelijk armenverzorger ; 2. (Kath.) iem. die de vier lagere en twee der drie hogere orden ontvangen heeft, en daardoor tot verschillende bedieningen (dopen en het Evangelie verkondigen enz.) gerechtigd ;

2024-02-28
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Diaken

(van Gr. diakonein, dienen) is een geestelijke van Westerse of Oosterse ritus, die de kerkelijke wijding heeft ontvangen, welke onmiddellijk aan het priesterschap voorafgaat. In de oude Kerk werden zij aangesteld om de armen te helpen, maar deze functie is op de achtergrond geraakt. In de Protestantse kerken zijn de diakenen de gemeenteleden die be...

2024-02-28
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

diaken

m. 1 kerkelijke armverzorger; 2 R.K. aanstaand priester, die de laatste wijding nog moet ontvangen.

2024-02-28
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

DIAKEN

(Gr.: διáκονος, dienaar), R.K. geestelijke (clericus) van Westerse of Oosterse ritus, die de wijding heeft ontvangen, welke onmiddellijk aan het priesterschap voorafgaat (zie voor de Prot. opvatting het artikel Diaconaat). Het diaconaat is een kerkelijk ambt, het derde (na episcopaat e...

2024-02-28
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

diaken

m. -s, -en (Gr.-Lat. diaconus = letterl. dienaar: R.-K. geestelijke, die de tweede der drie hogere wijdingen heeft ontvangen; Prot. armenzorger, lid v. h. armbestuur, de kerkeraad, in een hervormde gemeente).

2024-02-28
Woordenboek voor praktische kennis

Dr. L.M. Metz (1937)

Diaken

In den eersten tijd van het Christendom waren de diakenen de dienaren der gemeente (diaconos: dienaar). Zij zamelden liefdegaven in, om die onder de armen te verdeelen. De diaconessen van den eersten Christentijd legden zich op ziekenverpleging toe.Bij de Katholieke Kerk gaat de wijding tot diaken die van de wijding tot priester vooraf. De diaken i...

2024-02-28
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Diaken

b/d Prot.: armenverzorger; b/d Kath.: geestel., één rang beneden priester.

2024-02-28
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Diaken

Diaken - (Gr. diakonos = dienaar). 1° In de Kath. Kerk persoon, die de diakonaatswijding ontvangen heeft, d.i. de laatste vóór het priesterschap. Zie verder ➝ Diakonaat. 2° In den meer uitgebreiden zin is d. (vgl. Act. 6. l-6, Phil.l.l, Tim. 3.8-13) ieder, die eenige kerkelijke functie uitoefent. ➝ Diakonaat. In engeren zin wo...