Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Gepubliceerd op 06-06-2019

2019-06-06

broeden

betekenis & definitie

broeden - (broedde, heeft gebroed), ook (in sommige betekenissen alleen) broeien (broeide, heeft gebroeid),

1. het op natuurlijke of kunstmatige wijze verwarmen van eieren van vogels, waardoor de bevruchte kiem zich ontwikkelt tot een jong individu: onze kanarie broedt; kippen — 21 dagen; een kip te — zetten, op eieren zetten om die te laten uitbroeden; (fig.) onder geen hen gebroe(i)d zijn, zich niet gemakkelijk laten bedriegen, uit zijn ogen kijken;

2. (fig.) (een boze opzet, verraad) in het geheim beramen, uitdenken, peinzen: verraad, onheil —; hij zit op iets te —, over iets te peinzen (met de bedoeling het voor de dag te brengen): ik zag aan zijn gezicht, dat hij op een toost broedde. Zie broeien.


Bij kippen komt het bebroede ei na 21 dagen uit, bij eenden en ganzen na 28 resp. 30 dagen. Tijdens de broedperiode keert de kip geregeld haar eieren om; dit wordt in broedmachines nagebootst. Aangezien broedsheid een niet meer gewenste eigenschap is (de leg stokt), heeft men die door selectie bij vele rassen tot een minimum teruggebracht.