Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

stijl

betekenis & definitie

stijl - zelfstandig naamwoord

1. de manier waarop het gedaan is
♢ de inhoud van de brief is duidelijk, maar de stijl is slecht
1. ik vind dat geen stijl
[een slechte manier van doen]
2. geheel van kenmerken van iets of iemand
♢ opvallend is de chique stijl van deze laatste mode
1. het huis is in stijl ingericht
[alles pas bij elkaar]
2. hij doet dat met stijl
[op een goede en mooie manier]
3. stijl hebben
[laten zien dat je een goede smaak hebt]
4. dat is helemaal in zijn stijl
[op zijn manier]
3. hoe iemand eruitziet en gekleed is
♢ let op de eenvoudige stijl van haar kleding

Zelfstandig naamwoord: stijl
de stijl
de stijlen
het stijltje

Synoniemen
look