Wat is de betekenis van stijl?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stijl

stijl - Zelfstandignaamwoord 1. wijze waarop men iets doet 2. post, spijl 3. (plantkunde) buisvormige, middelste gedeelte van de stamper

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stijl

stijl - zelfstandig naamwoord 1. de manier waarop het gedaan is ♢ de inhoud van de brief is duidelijk, maar de stijl is slecht 1. ik vind dat geen stijl [een slechte manier van doen] ...

Lees verder
2017
2021-01-26
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Stijl

Verticale staande balk in houten wand.

2002
2021-01-26
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

stijl

Stijl is: 1) een vormgeving (1) met dezelfde kenmerken voor een bep. tijd, plaats, groep of persoon; bijv. manier van bouwen, schilderen, beeldhouwen; vgl. met stroming; 2) een verticale balk ter ondersteuning, bijv. pilaar of kolom; 3) de verticale afwerking van een deur- of raamkozijn; 4) zie dansstijl

1998
2021-01-26
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Stijl

da’s - dat is erg goed, gunstig, opwindend. Jongerenkreet uit de jaren tachtig. Vgl. onwijs gaaf. Hé kanjer, dat vin ik klasse van je, datje toch nog gekommen bent. Nee, dat is echt stijl van je! (Do- nald Olie: Pietje Bell op discosokken, ongedateerd) Schotse ruiten zijn ‘stijl’. (Haagse Post, 21/11/87) Maar wat Martin Fry en Mark White op deze...

Lees verder
1981
2021-01-26
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

stijl

1. wijze van schrijven, manier van uitdrukken: de stijl van dit opstel is goed; 2. levenswijze: iedere mens heeft zijn eigen 3. kunstrichting, b.v. gotische stijl.

Lees verder
1974
2021-01-26
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

stijl

(L,., Stylus), deel van ➝ stamper tussen stempel en vruchtbeginsel. Hierdoor gaat de pollenbuis naar de zaadknop toe, ➝ bevruchting, ➝ bloem.

1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stijl

m. (-en), 1. overeind staande, in de bodem vastgezette balk of paal; 2. (bouwkunde) verticale balk of verticaal constructiedeel, voorkomend bij raamen deurkozijnen, spanten wandconstructies: — en regelwerk; meubels; 3. (mijnbouw) verticaal ondersteuningselement, vroeger uit hout, nu meestal uit staal en telescopisch zodat hij mechanisch of d...

Lees verder
1970
2021-01-26
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Stijl

(in de meubelkunst). 1. opstand, lang en smal schragend deel; 2. totaal van bij elkaar aansluitende uitdrukkingsvormen die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode of school. Bij individuele kunstenaars is het gebruikelijk te spreken van 'manier’; slechts bij hoge uitzondering wanneer een kunstenaar een periode of school zeer duidelijk...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

STIJL

I. m. (-en), 1. overeindstaande, in de bodem vastgezette balk of paal; 2. (bouwk.) opstaand stuk dat andere delen ondersteunt of schraagt: stijlen en balken; inz. constructiedeel waaraan een draaiende deur, hek of venster is opgehangen en waartegen deze aanslag vindt; elk der beide opstaande delen waarin een schuif (een venster) loopt: i...

Lees verder
1949
2021-01-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Stijl

(Lat. stillis, schrijfstift), (1) schrijftrant; bep. kunstvorm spec. in bouwkunde (Griekse, Moorse, Gothische S.) echter ook in schilderkunst (de S. van Rembrandt); (2) (plantk.) steelvormig middenstuk van de stamper.

Lees verder
1926
2021-01-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Stijl

1. Stijl (afgeleid van Grieksch stylos = griffel), in z’n oorspronkelijke beteekenis: de kunst van schriftelijke uitdrukking, is een zeer gecompliceerd begrip. In het bekende woord van Buffon: le style c’est 1’homme même, is dat karakteristiek aangegeven. Stijl is kunstvolle uitdrukking van wat leeft in de menschenziel. Daa...

Lees verder
1916
2021-01-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Stijl

Stijl - zie STAMPER.

1910
2021-01-26
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Stijl

Stijl - (Nieuwe) de Gregoriaansche tijdrekening, door Paus Gregorius in 1582 ingevoerd. In dien tijd bleek, dat ten gevolge van het te lang rekenen van het zonnejaar de Juliaansche tijdrekening (zie Stijl, oude) 10 dagen achter was geraakt. Men sprong toen van 4 October op 15 October. Het jaar werd bepaald op 365 dagen, 5 uren, 48 minuten, 46 secon...

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stijl

zie Schrijftrant.

1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stijl

Het begrip stijl heeft 2 verschillende betekenissen: 1. stijl - stijl - m. (-en), stift waarmee de ouden op hunne met was overdekte tafeltjes schreven, de andere zijde was afgeplat om daarmede het geschrevene weg te wrijven ; — (fig.) schrijfwijze, wijze van zich in geschriften uit te drukken: verheven, gezwollen, alledaagsche stijl; de Oost...

Lees verder
1870
2021-01-26
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Stijl

Stijl is de figuurlijke naam van schrijftrant. De ouden noemden stilus, waarvan ons woord stijl afkomstig is, eene schrijfstift, aan het eene uiteinde scherp, zoodat men er letters mede schrijven kon op met was bedekte tafeltjes, en aan het andere voorzien van een plat schopje, waarmede men het geschrevene kon uitwisschen. Vandaar het stylum verter...

Lees verder