Wat is de betekenis van stijl?

2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stijl

stijl - Zelfstandignaamwoord 1. wijze waarop men iets doet 2. post, spijl 3. (plantkunde) buisvormige, middelste gedeelte van de stamper

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stijl

stijl - zelfstandig naamwoord 1. de manier waarop het gedaan is ♢ de inhoud van de brief is duidelijk, maar de stijl is slecht 1. ik vind dat geen stijl [een slechte manier van doen] ...

Lees verder
2017
2022-07-04
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Stijl

Verticale staande balk in houten wand.

2002
2022-07-04
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

stijl

Stijl is: 1) een vormgeving (1) met dezelfde kenmerken voor een bep. tijd, plaats, groep of persoon; bijv. manier van bouwen, schilderen, beeldhouwen; vgl. met stroming; 2) een verticale balk ter ondersteuning, bijv. pilaar of kolom; 3) de verticale afwerking van een deur- of raamkozijn; 4) zie dansstijl

1998
2022-07-04
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Stijl

da’s - dat is erg goed, gunstig, opwindend. Jongerenkreet uit de jaren tachtig. Vgl. onwijs gaaf. Hé kanjer, dat vin ik klasse van je, datje toch nog gekommen bent. Nee, dat is echt stijl van je! (Do- nald Olie: Pietje Bell op discosokken, ongedateerd) Schotse ruiten zijn ‘stijl’. (Haagse Post, 21/11/87) Maar wat Martin Fry en Mark White op deze...

Lees verder
1981
2022-07-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

stijl

1. wijze van schrijven, manier van uitdrukken: de stijl van dit opstel is goed; 2. levenswijze: iedere mens heeft zijn eigen 3. kunstrichting, b.v. gotische stijl.

Lees verder
1974
2022-07-04
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

stijl

(L,., Stylus), deel van ➝ stamper tussen stempel en vruchtbeginsel. Hierdoor gaat de pollenbuis naar de zaadknop toe, ➝ bevruchting, ➝ bloem.

1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

stijl

m. (-en), 1. overeind staande, in de bodem vastgezette balk of paal; 2. (bouwkunde) verticale balk of verticaal constructiedeel, voorkomend bij raamen deurkozijnen, spanten wandconstructies: — en regelwerk; meubels; 3. (mijnbouw) verticaal ondersteuningselement, vroeger uit hout, nu meestal uit staal en telescopisch zodat hij mechanisch of d...

Lees verder
1970
2022-07-04
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Stijl

(in de meubelkunst). 1. opstand, lang en smal schragend deel; 2. totaal van bij elkaar aansluitende uitdrukkingsvormen die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode of school. Bij individuele kunstenaars is het gebruikelijk te spreken van 'manier’; slechts bij hoge uitzondering wanneer een kunstenaar een periode of school zeer duidelijk...

Lees verder
1959
2022-07-04
Kunstgeschiedenis

Uitgave 1959 Amsterdam Boek

Stijl

Geheel van bij elkaar aansluitende uitdrukkingsvormen, die kenmerkend zijn voor een bepaald kunstenaar of een bepaalde groep van kunstenaars dan wel voor een bepaalde richting of een bepaald tijdvak in de kunst.

1954
2022-07-04
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Stijl

1. (plantk.) S. is het tussen stempel en vruchtbeginsel gelegen deel van de stamper. 2. Kolom in warenhuis of kas ter ondersteuning van de gordingen. Aangezien spanten hierbij overbodig zijn, spreekt men van stijlenkas tegenover spantenkas (z. Kas).

Lees verder
1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stijl

s., stile, skoar(re); rechtopstaande —, opstôk; — van paardenstal, hynstepost; opstaande — (bijv. aan hek), mantsje (it); (kunstvorm), styl.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

STIJL

I. m. (-en), 1. overeindstaande, in de bodem vastgezette balk of paal; 2. (bouwk.) opstaand stuk dat andere delen ondersteunt of schraagt: stijlen en balken; inz. constructiedeel waaraan een draaiende deur, hek of venster is opgehangen en waartegen deze aanslag vindt; elk der beide opstaande delen waarin een schuif (een venster) loopt: i...

Lees verder
1949
2022-07-04
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Stijl

(Lat. stillis, schrijfstift), (1) schrijftrant; bep. kunstvorm spec. in bouwkunde (Griekse, Moorse, Gothische S.) echter ook in schilderkunst (de S. van Rembrandt); (2) (plantk.) steelvormig middenstuk van de stamper.

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

stijl

I. m. stijlen, stijltje (1 schrijfstijl, schilderstijl of bouwtrant, de eigenaardige manier, waarop een schrijver zich uitdrukt, of waarop een kunstenaar, een kunstschool, een volk hun schoonheidsideeën uitdrukken en zich daardoor van anderen onderscheiden; 2 tijdrekening): 1. de stijl van Hooft, de Moorse stijl, de stijl van meubelen; briefst...

Lees verder
1933
2022-07-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Stijl

1) bouw-, schilder- of schrijfkunst, bijzondere wijze, waarop een dichter of schilder zich uitdrukt, of waarop een volk, een kunstenaar, een kunstschool gewoon zijn hun opvattingen v. schoonheid in beeld of schrift weer te geven; 2) tijdrekening (→ Gregorius, → Juliaansche kalender); 3) pilaar, pilaster, draagbalk.

Lees verder
1926
2022-07-04
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Stijl

1. Stijl (afgeleid van Grieksch stylos = griffel), in z’n oorspronkelijke beteekenis: de kunst van schriftelijke uitdrukking, is een zeer gecompliceerd begrip. In het bekende woord van Buffon: le style c’est 1’homme même, is dat karakteristiek aangegeven. Stijl is kunstvolle uitdrukking van wat leeft in de menschenziel. Daa...

Lees verder
1916
2022-07-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Stijl

Stijl - zie STAMPER.

1910
2022-07-04
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Stijl

Stijl - (Nieuwe) de Gregoriaansche tijdrekening, door Paus Gregorius in 1582 ingevoerd. In dien tijd bleek, dat ten gevolge van het te lang rekenen van het zonnejaar de Juliaansche tijdrekening (zie Stijl, oude) 10 dagen achter was geraakt. Men sprong toen van 4 October op 15 October. Het jaar werd bepaald op 365 dagen, 5 uren, 48 minuten, 46 secon...

Lees verder
1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stijl

Het begrip stijl heeft 2 verschillende betekenissen: 1. stijl - stijl - m. (-en), stift waarmee de ouden op hunne met was overdekte tafeltjes schreven, de andere zijde was afgeplat om daarmede het geschrevene weg te wrijven ; — (fig.) schrijfwijze, wijze van zich in geschriften uit te drukken: verheven, gezwollen, alledaagsche stijl; de Oost...

Lees verder