middag - zelfstandig naamwoord
uitspraak: mid-dag
1. tijd tussen de ochtend en de avond
♢die middag gingen we wandelen
1. tussen de middag
[ongeveer van twaalf tot twee]
Zelfstandig naamwoord: mid-dag
de middag
de middagen
het middagje
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.