louteren betekenis & definitie

louteren - regelmatig werkwoord
uitspraak: lou-te-ren

1. er allerlei vieze stoffen uit halen
♢ in dat proces wordt het metaal gelouterd
2. de geest schoonmaken
♢ door al die tegenslagen is hij wel gelouterd

Regelmatig werkwoord: lou-te-ren
ik louter
jij/u loutert
hij/zij loutert
wij/zij/jullie louteren
ik/jij/u/hij/zij louterde
wij/zij/jullie louterden
hij heeft gelouterd
de/het/een gelouterde ....
louterend, louterende

Synoniemen
zuiveren

Tegenstellingen
verontreinigen, vervuilen