loodsen betekenis & definitie

loodsen - regelmatig werkwoord
uitspraak: lood-sen

1. als loods de haven in- en uit leiden
hij loodste het schip naar de wal
2. er op een slimme manier naar toe brengen
♢ ze loodste me tussen de mensen door naar buiten

Regelmatig werkwoord: lood-sen
ik loods
jij/u loodst
hij/zij loodst
wij/zij/jullie loodsen
ik/jij/u/hij/zij loodste
wij/zij/jullie loodsten
hij heeft geloodst
de/het/een geloodste ....
loodsend, loodsende