leer betekenis & definitie

leer - zelfstandig naamwoord

1. dierenhuid die bewerkt is
ik heb een tas van leer

Algemene uitdrukkingen:
1. Henk is in de leer bij een timmerman
[die timmerman leert hem iets]
2. van leer trekken tegen iemand
[fel uithalen]
Zelfstandig naamwoord: leer
het leer